‘Vindt je het leuk om eens mee te gaan naar de bioscoop, Ruben?’ ‘Naar de nieuwe Mees Kees film?’ Waarop hij reageerde met een ja met uitroepteken! 1 keer eerder hebben we het willen proberen een tijdje terug. Maar toen ik belde naar een bioscoop in de buurt gaven zij aan dat ze vooraan een plek voor een rolstoel zouden hebben. Oei, in een donkere zaal zitten, groot scherm, geluid hard en dan in je rolstoel vooraan zitten. Als je prikkelgevoelig bent en geluid al hard binnen komt.. Nu is dat laatste het geval niet bij Ruben. alleen heeft hij wel moeite met donkere ruimten, deuren die dicht gaan, onvoorspelbaarheid. We wilden het toch een kans geven een keer. Want wat als het nou wél heel leuk is? Van een drukke theatershow of een circus hadden we vroeger ook niet gedacht dat Ruben dit aan zou kunnen.
Ik belde een andere bioscoop in de buurt. ‘Ja, hoor met de rolstoel kun je ook naar binnen bij ons. ‘En ga lekker een plekje achteraan zoeken!’ ‘Wat het prettigst is’. Ah fijn! Het kan dus wel! Het is dan wel een plekje naast de stoelen in het gangpad maar toch.. -Waarbij ik me tegelijkertijd direct wel af vraag hoe anderen in een rolstoel dit doen als ze naar de bioscoop willen. Wát als je met 2 rolstoelen naast elkaar wil zitten? Gek toch eigenlijk-.
We bekijken thuis de trailer en nog wat plaatjes van de bioscoop. Zusje kletst onderweg wat over de film en hoeveel popcorn ze gaat eten. We maken een foto voor de bioscoop. Op dat moment nog lachen. Het lijkt erop dat het helemaal geweldig gaat worden, samen film kijken. Binnen is het ook wel grappig. Het apparaat om eten en drinken te bestellen is leuk. De ‘s’ van serveren gebaren en een beetje bij de bar kijken is nog leuk. Maar eenmaal bij de zaal armen naar achteren. Wow, dacht Ruben wat is dit. Dit komt écht teveel op mij af. We proberen het een paar minuutjes. De eerste minuten van de film kunnen zien. Toen toch echt teveel spanning. Een van ons gaat naar buiten met hem. Zijn zusje kijkt er niet van op. Ze wist dat Ruben het alleen zou uitproberen en kijkt de film vrolijk verder. Dit is ons ‘normaal’ en voor haar ook dat haar broer niet alles mee doet. En ergens ook gewoon goed dat ieder hun eigen dingen heeft.
We laten Ruben wat uitproberen om erachter te komen of het wat is of niet. Het is wat is. Het is een dubbel gevoel. Aan de ene kant voel ik tranen prikken omdat dit niet gaat als gezin. Aan de andere kant ben ik tegelijkertijd realistisch en is het oké. Want het is oke dat dit het niet is voor Ruben. Dat dit teveel is. Teveel donker, teveel prikkels, teveel geluid. Het is oké dat hij zegt ik kan dit niet aan. En ergens kunnen we ook wel weer lachen om het feit dat een rondje over de markt en een favoriet kaasje kopen de spanning alweer vermindert.
Ik vraag me af waarom ik er zo snel nuchter onder ben. Omdat ik beide kinderen zie genieten. En omdat ik er kennelijk in berust ben. De 2 gevoelens naast elkaar kunnen bestaan. De rouw van wat niet is en ook niet gaat komen. Maar ook het intense trotse gevoel dat Ruben zichzelf zo goed kan uiten tegenwoordig. Zo stoer dat hij iets wil proberen zoals wij allemaal wel eens iets nieuws, anders willen proberen. Tja en dat het hem dan niet is, dat is dan maar zo.
Ruben, die houdt het voortaan bij een thuisbioscoop. Met lekker kaasje erbij op de bank..